Skip to main content

Veel gestelde vragen appartementsgebouwen

Algemeen
Eigenschappen
Toepassing
Versus warmtepomp
Oostende
Warmtelevering
Opvolging
Eigenaarschap
Toekomst
Appartementsgebouwen
Aansluiten

In appartementen wordt warmte meestal centraal aangeboden via één primair warmtestation voor het hele gebouw die de hele binneninstallatie (individueel en collectief) aanstuurt.
In sommige appartementsgebouwen (vaak nieuwbouw) zijn er ook bijkomende, individuele warmtestations per appartement.

Dat hangt af van de gekozen configuratie:

  • Warmtestation in de collectieve techniekruimte
    • Er wordt enkel een warmtestation met warmtemeter in de collectieve techniekruimte geplaatst. Je appartement blijft vrijwel ongewijzigd. Er wordt enkel een warmtemeter (als er individuele meting is) voorzien. Alle bestaande leidingen en radiatoren kunnen in de meeste gevallen behouden blijven.

  • Individueel warmtestation in elk appartement
    • een compact warmtestation met warmtemeter wordt in het appartement geplaatst
    • de bestaande radiatoren worden aangesloten

Het verbruik in appartementen wordt bij voorkeur in één keer door Beauvent aan de VME gefactureerd, waarna de VME het totale verbruik per appartement en het aandeel in het collectief verbruik uitsplitst volgens de verdeelsleutel die zij zelf heeft vastgelegd.

Meestal drie soorten kosten:

  • Aansluitkosten (vaak voor de VME als gebouweenheid of de bouwheer in het geval van een nieuwbouwappartementen)
  • Een vaste kost per appartement voor o.a. onderhoud warmtenet, meterbeheer, administratie.
  • Een variabele kost (MWh): individueel en collectief verbruik.

 

Soms zijn er extra kosten voor:

  • aanpassing van leidingen
  • extra isolatie
  • data: alle metergegevens worden via een dataverbinding automatisch doorgestuurd naar Beauvent. Dit vormt de basis voor de facturatie van het warmteverbruik. Als het data-abonnement via Beauvent geregeld wordt, wordt deze kost doorgerekend.

Als er voldoende ruimte is, mag de Cv-ketel blijven staan tot het einde van zijn levensduur en kan hij dienen als eigen back-up. Door de evolutie naar fossielvrije installaties wordt de Cv-ketel in veel gevallen echter wel verwijderd.

Afhankelijk van de technische staat:

  • Er komt een warmtestation in de technische ruimte/collectieve stookplaats.
  • Leidingen in individuele en gemeenschappelijke ruimtes kunnen onderhouden of vervangen worden.
  • Isolatie hoeft niet altijd, maar verbetert wel de efficiëntie.

Het warmtenet en het primaire warmtestation worden onderhouden door Beauvent. De gedeelde leidingen in het gebouw vallen doorgaans onder het onderhoud van de VME. De radiatoren en binnenleidingen binnen een appartement zijn de verantwoordelijkheid van de individuele bewoners.

Deze afspraken worden vastgelegd in de warmteleveringsovereenkomst of de exploitatieovereenkomst.

Projecten in appartementen vereisen vaak:

  • een VME-beslissing
  • infomomenten
  • prijsramingen voor korte én lange termijn
  • vergelijking met alternatieven (gas, hybride, collectieve warmtepomp)

Energiehuis Oostende heeft een adviserende en begeleidende rol bij alles wat te maken heeft met hernieuwbare energie, (energetisch) verbouwen en renoveren. Zij helpen je om de juiste keuzes te maken, geven onafhankelijk advies en begeleiden je stap voor stap doorheen de mogelijkheden. Je kan het Energiehuis eenvoudig contacteren via energiehuis@ag-oostende.be of 059 33 91 30.

Omdat een warmtenetaansluiting een gemeenschappelijke installatie is, beslist de VME hierover als geheel. Individuele eigenaars kunnen meestal niet apart weigeren, aangezien afkoppelen technisch moeilijk is en wettelijk vaak niet toegestaan.

In de praktijk sluit een appartementsgebouw daarom bijna altijd volledig aan wanneer de VME hiervoor kiest.

In de praktijk niet. Een warmtenet is een gebonden infrastructuur (één netwerk, één leidingstelsel, één operator); overstappen is meestal onmogelijk tenzij het hele gebouw omschakelt.

Bij een verhuis vul je samen met de nieuwe eigenaar of huurder een contractovernamedocument in. Daarop noteer je de datum van overdracht en de tellerstanden. Op basis daarvan kan het warmtecontract eenvoudig worden overgezet naar de volgende gebruiker.

Meer weten over het Warmtenet?